Heideblauwtje
Rupsen van het Heideblauwtje verpoppen zich grotendeels in mierennesten. Zowel de rups als de pop zijn aantrekkelijk voor de mieren, omdat ze beiden klieren hebben die een zoete stof afscheiden, waar de mieren verzot op zijn. Wanneer een vlinder uitkomt zijn de mieren niet agressief. De vlinder ruikt immers naar het mierennest. De mieren lijken zo ver te gaan dat ze de vlinder beschermen tegen de vijand. Dat is op sommige foto's goed te zien. Het zijn maar kleine vlindertjes met een spanwijdte van circa 3 centimeter.

De net ontpopte vlinder wordt nog steeds verzorgd door de humusmier.
 
Het Heideblauwtje heeft de Dopheide als waardplant.
De rupsen leven van de bloempjes en jonge scheuten en de vlinders van de nectar.
Het vrouwtje heeft diepbruine bovenvleugels.
Hier een deel van de boven- en ondervleugels in één shot.
Het mannetje heeft lichtblauwe ondervleugels.
Het mannetje heeft diepblauwe bovenvleugels.
Hier nogmaals het vrouwtje welke minder mooi van kleur is.
Test